berekening van de uitkering

De hoogte van de uitkering wordt gebaseerd op een bij wet vastgestelde grondslag; dit omdat er veelal niet van een bepaald loon, dat men kreeg op het moment dat men arbeidsongeschikt is geworden, kan worden gesproken.

Een voorbeeld. Iemand die de leeftijd van 21 heeft bereikt, man of vrouw,
krijgt volgens de regeling van 1 januari 1985 een percentage van een grondslag van f 81,85. In uitzonderingsgevallen kan deze grondslag worden verhoogd. Voor de duidelijkheid: het gaat hier om een basis op grond waarvan de uitkering wordt berekend. Is men bijvoorbeeld 45 tot 55% arbeidsongeschikt, dan krijgt men 40% van de grondslag; is men 55 tot 65% arbeidsongeschikt dan krijgt men 50%. Is men 80 tot 100% ongeschikt dan krijgt men 80%. Vakantiegeld (7 Vi % van het totale uitkeringsbedrag, gerekend over een vol jaar) wordt jaarlijks in mei uitgekeerd.

Bij overlijden geldt dezelfde regeling als bij Ziektewet en WAO.

Wil men uitkering krachtens deze Wet dan moet men zich melden bij de Bedrijfsvereniging.

Voor een groot aantal volksverzekeringen, waaronder de AWW, kan men een aanvraagformulier verkrijgen in het postkantoor.

Ook de regelingen omtrent beroep zijn vrijwel dezelfde als bij de Ziektewet.

Deel dit bericht:
Facebook Twitter Plusone